Innerlijke elf – levend Laplands sprookje

INTRODUCTIE

keltavari

Er was eens een elfje in een gele jurk. Ze was altijd al een speciaal elfje geweest. Alle andere elfjes kleedden zich namelijk in het rood en deden allerlei klusjes, maar het elfje in de gele jurk liep door het bos, langs de langste rivier in Lapland. Dan dompelde ze haar speciale lippobeker van berkenbast onder in het woest kolkende water. Ze bracht water in haar beker langs verborgen bospaadjes, diep het bos in, totdat ze bij de eeuwenoude seitastenen kwam. Daar zette ze haar lippobeker neer en stak ze een vuur aan. Uit haar zak haalde ze magisch vuurpoeder. Ze gooide het poeder in het vuur, dat meteen hevig oplaaide. Ze goot het kalme water uit de lippobeker over de oude steen. En toen gebeurde er iets heel bijzonders: de steen ging open en vertelde haar alles wat hij in al die jaren opgestoken had.

 

Ze kwam ontzettend veel te weten over de seitasteen. De steen vertelde haar over de planten en de dieren, zoals de chaga, een zwam die aan berken groeit. Je kunt er heerlijke thee van maken waar je heel lang gezond en sterk van blijft. De steen vertelde haar dat als je een boom knuffelt, je de oerkracht van die boom door je heen voelt stromen. Hij vertelde haar over onderaardse wezens, de maahinen. Die vinden het heerlijk als je vrolijk door het bos wandelt, maar vanwege hun gevoelige oren komen ze heel boos naar boven als je je misdraagt en te veel herrie maakt. De steen vertelde haar over dieren als Poro, het rendier, die de mensen te eten gaven en als dank respect van de mensen kregen. De steen vertelde haar over eindeloze, zwarte winters en witte nachten. Hij vertelde haar over revontulet, het noorderlicht, die prachtige deken van groen licht die door de hemel beweegt. Hij vertelde haar over kaamos, de poolnacht, waarbij de zon zich de hele dag niet laat zien … Toen de steen weer dichtging, wandelde het elfje in de gele jurk weer naar de onstuimige rivier. Daarna ging ze naar haar favoriete persoon, met wie ze ontzettend veel tijd doorbracht: haar oma Ämmi.

ammivari

Ämmi was het liefste elfje aller tijden! Ze droeg altijd een oranje jurk en was al 308 jaar oud. Ze had een grote stok met allemaal juwelen. Bovenop zat een kristal, dat Ämmi haar derde oog noemde. Ze vertelde het elfje in de gele jurk dat iedereen een derde oog heeft. Je moest het alleen leren gebruiken. Het elfje in de gele jurk begreep dat ze met een derde oog onzichtbare dingen kon zien en fluisterstille dingen kon horen. Het zou zijn alsof een onzichtbare hulpje haar zou vertellen dat er visite aankwam, bijvoorbeeld. En dat die wel koffie lustte en trek had in iets lekkers!

Maar ook zou ze horen hoe visite van héél ver weg de wereld heel anders bekijkt dan de mensen in Lapland. Ämmi vertelde haar over de kracht van de aarde, van de lucht, van het water en van het vuur. Ze vertelde dat in andere landen geld veel onrust veroorzaakte omdat mensen er altijd meer van wilden hebben … Ämmi leerde haar spreuken om lekker te slapen, om gezond te blijven en om zich altijd beschermd te voelen. Ze voelde zich altijd heerlijk veilig als ze op de grote bank in Ämmi’s huis in slaap dommelde. In de hoek van de kamer lag een enorme stapel wollen sokken, die Ämmi zelf had gebreid. Zodra ze ging breien, ging het elfje in de gele jurk naar haar oom, de elf Zeilsmid.

seilorvari2

Hij was ontzettend groot en sterk, maar ook heel lief. In zijn kamer stond zijn oude reiskoffer, waarmee hij over de hele wereld had gereisd. Hij vertelde haar over de zeven continenten en de bijzondere mensen die hij op zijn reizen had ontmoet. Hij vertelde haar over de dieren van Lapland en dat hij altijd weer naar huis kwam omdat hij Poro het rendier, Jannis het witte konijn, Susi de wolf, Kettu de vos, Ilves de grote wilde kat en Karhu de beer ging missen. Dat waren grote, rustige dieren die nooit boos werden, met ogen die altijd gloeiden als warme haardvuren in de koude Laplandse lucht. Haar oom Zeilsmid had voor haar een berenstoel gemaakt, in het bos. Daar ging ze naartoe om weg te dromen over de toekomst.

 

Het was haar vijftigste verjaardag. Ze zat in de berenstoel en dacht na over het leven. Ze dacht na over wat er was gebeurd en wat er zou kunnen gaan gebeuren. Ze vroeg zich af of het niet tijd werd dat ze het land zou verlaten om op zoek te gaan naar andere kinderen. Ze hield zich daar al langere tijd mee bezig. Zou ze wel bij andere kinderen passen? Zouden ze dezelfde spelletjes spelen? Dezelfde soort ouders hebben? Dezelfde dieren? Toen hakte ze de knoop door. Ze rende zo snel als ze maar kon door het bos en de bladeren naar haar oom. Ze vroeg of ze zijn koffer mocht lenen en hij zei: “Natuurlijk. Maar kom wel terug en vertel me wat je hebt gezien!” Ze ging naar Ämmi en die zei: “Wat een geweldig nieuws! Ik ga meteen Laplandse broodjes voor je smeren, voor in je koffer. Neem ook een flesje frisse boslucht mee. Dan kun je daaraan ruiken als je ergens ver weg bent. Neem ook een beetje vuurpoeder mee, wat zwammenthee, je lippobeker en wat gedroogde bosbessen. En vergeet ook niet pen en papier, zodat je kunt opschrijven wat je hebt gezien en ons er allemaal over kunt vertellen.

Onthoud goed, mijn kind,” waarschuwde Ämmi, “het licht schijnt niet overal. Soms zul je in de schaduw belanden.” “Wat bedoelt u?” vroeg het elfje in de gele jurk. “Ik bedoel dat de zon niet altijd schijnt,” legde Ämmi uit. “Let goed op Avariti, de duistere geest die vanaf de overkant van de rivier naar ons loert. Hij heeft liever niet dat je zo’n mooie reis maakt. Ik zie met mijn derde oog dat hij je misschien gaat volgen. Dus beloof me dat je oppast voor Avariti!” Het elfje in de gele jurk beloofde het en liep weg. Ämmi wendde zich weer tot haar breiwerk. De stapel sokken in de hoek was weer een stukje groter.

 

MIDDENSTUK

 

Het elfje in de gele jurk liep over het pad en sprong op de rug van Jannis, het grote witte konijn. Al snel sprong Jannis met het elfje op zijn rug door de bossen van Lapland en daarna over de grote Finse wegen naar de haven van Turku. Ze gingen zo razendsnel dat ze niet zag dat de kraai van Avariti ze hoog boven de boomtoppen volgde. Toen ze aan boord van het schip sprongen en zich in het donkerste hoekje van het scheepsruim verstopten, zag ze niet dat de kraai van Avariti op de mast van het schip landde en helemaal mee naar Londen voer.

 

Toen het elfje wakker werd en uit haar verstopplek tevoorschijn kwam, zag ze de drukke straten van Londen, vol drukke mensen met drukke levens. Ze ging op zoek naar het paleis dat op de zijkant van de koffer van haar oom stond. Het was enorm en er stonden allemaal bewakers buiten. Het paleis heette Buckingham Palace. Ze wilde graag naar binnen glippen om een kijkje te nemen, maar er stond helaas een hoge muur omheen. Toen herinnerde ze zich dat de Aardappelelf haar een paar magische aardappelen had gegeven, die ze in haar koffer had gestopt. Ze maakte hem open, pakte de aardappelen eruit en legde ze op de grond. De aardappelen groeven in een paar tellen een tunnel voor haar. Ze volgde de tunnel en kwam uit bij een groot veld. In het midden, op een roze kleed, zat een prinses. Althans, ze leek op een prinses. Het elfje in de gele jurk liep over het gras naar de prinses toe. Die keek op en vroeg haar: “Wie ben jij?” Het elfje zei: “Ik kom uit Lapland. Wie ben jij?” De prinses antwoordde: “Ik ben een prinses en op een dag word ik koningin. En jij?” Het elfje antwoordde: “Ik ben een elfje in een gele jurk. Ooit hoop ik een oranje jurk te dragen.” Ze raakten aan de praat. De prinses vertelde haar over Engeland, Schotland, Wales en Ierland en het elfje in de gele jurk vertelde de prinses over Lapland. De prinses had allemaal schattige porseleinen theekopjes. Het elfje in de gele jurk maakte verse zwammenthee voor de prinses, die ooit koningin zou worden. De prinses zei: “Ik zou graag een keer je magische land willen bezoeken!” Het elfje antwoordde: “Natuurlijk! Je mag altijd komen en al je vrienden ook!” Daarna nam het elfje afscheid. Ze kreeg een theekopje van de prinses cadeau. Ze zette haar reis voort en ging naar China.

 

Peking bleek een heel andere stad dan Londen. Er stonden torens van glas en staal die tot voorbij de hemel reikten. Ze zag een glazen lift naar de daktuin, drukte op de knop en voelde hoe ze naar de 54e verdieping werd getild. De liftdeuren gingen open. Ze liep naar buiten en zag een klein Chinees jongetje naast een vijver waar tulpen in groeiden. Hij had iets in zijn hand en keek ernaar.

Ze liep langs naar hem toe en vroeg: “Wat heb je daar?” Het jongetje antwoordde: ”Een iPad, natuurlijk!” Hij legde haar uit wat een iPad was en dat je er dingen mee kon opzoeken en op kon schrijven.

Ze liet hem haar pen en papier zien. Ze ruilden met elkaar, nadat ze elkaar hadden verteld over hun land, gezin en geboortedorp. Uiteindelijk zei het jongetje: “Ik zou zo graag je magische land willen zien, met zijn witte nachten en eindeloze winters.” Ze zei: “Je mag gewoon komen, wanneer je maar wilt. En al je vrienden zijn ook welkom!” Ze nam afscheid en ging weer met de glazen lift naar beneden, op weg naar haar volgende avontuur. En wat voor avontuur!

 

Het elfje in de gele jurk ging naar alle zeven continenten en kwam in Japan terecht, precies tijdens de sakurai, het moment waarop de kersenbomen in volle bloei staan. Er zat iemand onder een boom te soezen. Een elf! Opeens kreeg ze ontzettend last van heimwee. Ze zag iedereen thuis voor zich.

Ze rende zo snel als ze kon naar hem toe, schudde hem wakker en riep: “Jij bent een elf!” Hij reageerde: “Ik ben een reiziger.” “Jawel, maar je lijkt net een elf!” Hield het elfje in de gele jurk vol.

“Ik was ooit een elf,” antwoordde de jongen. Het elfje riep: “Kom met me mee naar mijn thuisland. Ik wil terug!” Hij vroeg haar waar dat lag en ze vertelde hem van alles over haar land en haar reis.

En terwijl ze met hem sprak en steeds enthousiaster werd, besefte ze opeens dat ze tijdens haar reis iets heel bijzonders had ontdekt. Er was iets in haar tot bloei gekomen. Ze had haar innerlijke elfje gevonden.

 

“Misschien,” zei ze tegen haar nieuwe vriend de Japanse reiziger, die dacht dat hij wel eens een elf zou kunnen zijn, “kunnen alle kinderen en hun ouders ook hun innerlijke elf vinden als ze naar mijn land komen. ”Samen verlieten ze Japan en gingen ze naar de haven van Vladivostok, in Rusland. Ze voeren over de ijzige Siberische zee en kwamen uiteindelijk bij de Finse bossen. Ze reisden over de lange, rechte wegen totdat ze bij de kronkelpaden van Lapland waren. En toen was het elfje weer thuis.

 

AFSLUITING

 

Alle Laplandse elfen kwamen voor een begroeting naar het elfje in de gele jurk en haar nieuwe vriend Akira, de Japanse reiziger, die dacht dat hij wel eens een elf zou kunnen zijn. Ze vroegen haar van alles. Waar ze was geweest. Wat ze had gezien. Wie haar vriend was. Ze vertelde ze alles over haar reizen, wat ze had gezien en de gesprekken die ze had gevoerd. Ze vertelde dat ze tijdens het gesprek met haar Japanse vriend had gevoeld dat ze haar innerlijke elfje had gevonden. Ze vertelde over haar idee dat als iedereen op de hele wereld de elfen zou komen bezoeken, ze allemaal hun innerlijke elf zouden kunnen vinden en veel nieuwe vrienden zouden maken. De elfen twijfelden een beetje. Maar Ämmi, Zeilsmid en Aardappelelf zeiden toen: “We zouden ze allemaal welkom moeten heten. Laten we ze met open armen ontvangen!” Ze begonnen met een grote schoonmaak en maakten zich klaar voor hun eerste gasten. En op de vooravond van het grote feest was iedereen in een geweldige bui en zag alles er goed uit. Ze vielen allemaal heerlijk in slaap. ’s Ochtends kwamen ze tot hun schrik tot een nare ontdekking. Niemand had meer aan Avariti gedacht! En het elfje in de gele jurk was de waarschuwing van Ämmi vergeten. Avariti had haar over alle zeven continenten gevolgd. Hij had gekeken en geluisterd terwijl ze met haar Japanse vriend praatte, die dacht dat hij wel eens een elf zou kunnen zijn. En Avariti had weinig op met de vreugde in het elfenland! ’s Avonds gebruikte hij een gemene spreuk, waardoor niemand meer naar binnen of naar buiten kon. Ook betoverde hij Ämmi’s derde oog, waardoor het niets meer kon zien. De elfjes kwamen meteen stiekem bij elkaar voor een vergadering.

Ze spraken over een oplossing, maar niemand wist iets. Toen kwam Aardappelelf met een geweldig idee. Hij zei tegen het elfje in de gele jurk: “Misschien kan ik mijn beste aardappelen een tunnel laten graven, net zoals jij een tunnel hebt gegraven bij Buckingham Palace. Dan kunnen al onze vrienden door de tunnel naar binnen! Misschien werkt Avariti’s spreuk alleen boven de grond en niet onder de grond!” Hij zette de aardappelen aan het werk. Ze groeven een enorme tunnel, waar iedereen gemakkelijk doorheen kon lopen. Alle gasten kwamen door de tunnel binnen, zodat ze het elfjesland met eigen ogen konden zien. En iedereen vond het prachtig!

 

“Het enige probleem,” zei het elfje in het gele jurkje, “is dat Ämmi’s derde oog nog steeds niets kan zien.” Ze vroeg aan haar gasten of die misschien een oplossing hadden. “Wat kunnen we doen?” vroegen ze. “Misschien,” begon ze, “kunnen jullie bij ons in het bos langskomen. Dan zien en voelen jullie allemaal iets speciaals en gaat het oog misschien weer gloeien, net zoals mijn innerlijke elfje in mijn begon te gloeien.” En dat deden de gasten. Ze zagen en voelden van alles! Uiteindelijk gingen ze kijken of Ämmi’s magische staf het weer deed. De bezoekers legden kleine amuletten, vol goede energie, bij de staf … en ineens begon die weer te gloeien!

 

“Bedankt,” glimlachte Ämmi. Het elfje in de gele jurk zei: “Jullie mogen altijd terugkomen, in al onze acht seizoenen! En let tijdens de terugreis op de kraai van Avariti, want hij heeft altijd wel een nare verrassing in petto. Maar let vooral op je innerlijke elf. Die vult je hart met licht en beschermt je tegen de schaduwen.” Ze zwaaide haar bezoekers uit.

 

Sommige voelden diep vanbinnen al hun innerlijke elf tot bloei komen …

 

©Hullu Poro Oy Ltd